Ik begin een afkeer te ontwikkelen van het identiteitsdebat, om alle minderheidstoestanden maar even onder één noemer te scharen. Daar schrik ik wel een beetje van, want ik ben heel erg voor gelijke behandeling van man, vrouw, blank, zwart, gehandicapten, LHBTQUERTY… Alleen al de eindeloze toevoeging van letters aan die laatste term doet me duizelen. Dus ik voeg maar de gangbare naam voor het hele toetsenbord toe, dan ben je meteen klaar. Een plusje schijnt niet te volstaan, want daarmee benoem je niet iedere gender op zich en dat is uitsluiting.
Wat me veruit het meeste stoort, is het ultieme hokjesdenken van de laatste tijd. Alles en iedereen moet een etiketje krijgen en als het even kan een eigen belangenorganisatie. En o wee als jij een mening hebt over een minderheid waar je zelf niet toe behoort. Je weet niet waar je het over hebt “want je hebt het zelf nooit meegemaakt”. Het schijnt dat inlevingsvermogen iets van vroeger is.
Om nog maar te zwijgen van Cultural Appropriation, iets waar ik nog niet zo lang geleden nog nooit van had gehoord. Ik weet nog steeds niet helemaal zeker wat ermee wordt bedoeld. Mag ik nog wel naar blues luisteren, met een tajine koken of een verhaal schrijven waarin een gekleurde of transseksuele persoon voorkomt? Dreadlocks schijnen voor de blanke mens tegenwoordig al totaal not done te zijn en dan hebben we het nota bene over een haardracht! Een vrij ranzige ook nog als je het mij vraagt, maar hé, als jij te lui bent om je haar te kammen en wassen: be my guest. Het is maar waar je je druk om maakt. Je kunt als Rastafari ook gewoon denken: kijk nou, ze vinden mijn haar zo leuk dat ze het overnemen.
En dan de newspeak (ik gebruik die term hier met enige dichterlijke vrijheid) waar we tegenwoordig onder bedolven worden. De uit Amerika overgenomen politieke correctheid in de taal begint nu echt de spuigaten uit te lopen. Kijk, het maakt mij niet uit hoe je jezelf wil noemen, of zelfs niet welke kwalificatie je mij naar het hoofd slingert. Maar ga mij niet verplichten om “wit” in plaats van “blank te gebruiken, het woord “allochtoon” te vermijden of, godbetert, volledig genderneutraal te worden. Ik pas tot mijn eigen ergernis al best wat zelfcensuur toe, omdat iedereen en zijn moeder gekwetst raakt van woorden waar ik nooit een negatieve connotatie bij heb gehad. Terwijl ik toch enorm hou van harde grappen, waarbij het uitvergroten van menselijke eigenschappen en bijbehorend creatief taalgebruik een must zijn.
Wat de hardcore Social Justice Warrior niet lijkt te begrijpen, is dat ze een inclusieve samenleving inmiddels ronduit in de weg staan. Ik woon en werk al meer dan 20 jaar in een zeer diverse omgeving en ben gewend aan talloze culturele uitingen. Een omgeving waar zonder gezeur Kerst en Ramadan naast elkaar bestaan. Waar homo’s en moslims niet van elkaar op of om kijken. Waar een gehandicapte zonder morren wordt bijgestaan als dat nodig is. En waar diezelfde gehandicapte (o sorry, ik geloof dat ik “iemand met een beperking” moet zeggen), transgender, Jood of excuustruus er zó ‘gewoon’ bij hoort, dat het maken van grappen over eigenschappen of situaties van de betreffende persoon niet als aanstootgevend wordt ervaren.
Sterker nog, dat geeft juist een inclusief gevoel. Want niemand is echt normaal en laten we dáár in godsnaam een beetje normaal over doen.








