“U bent…?”
De jonge, vrouwelijke arts kijkt me onderzoekend aan. Ik loop zojuist de Intensive Care afdeling van het ziekenhuis binnen, om Sam, mijn autistische buurman, daar te bezoeken. Het schijnt dat hij gisteren met loeiende sirenes in een ambulance hier naar toe is gebracht en met spoed is opgenomen.
“Eh, ik ben zijn buurvrouw,” antwoord ik aarzelend. “Ik kom wat spulletjes brengen, die hij nodig heeft.”
“Ze is oké, hoor,” hoor ik Sam ergens vanuit een ziekenhuisbed roepen.
De arts wijst me ineens vriendelijk de juiste kamer.
“Hoi Sam,” begroet ik hem opgelucht. Oeps, wat zal ik zeggen, vraag ik me ineens onhandig af. Geen idee, want wat zeg je in godsnaam tegen iemand, die zojuist een mislukte suïcide poging achter de rug heeft? ‘Fijn, dat je toch nog leeft?’ Zoiets?
Ik besluit het gesprek daarom eerst maar eens luchtig op gang te brengen.
“Wel een lekker ding,” knik ik richting gang.
“Ja, knappe meid,” grinnikt Sam. ”Ze is hier de psycholoog. Geloof me, als je tegenover haar zit, denk je aan hele andere dingen dan praten.”
Ik schiet in de lach.
“Maar eerlijk gezegd, wil ik ook helemaal niet met haar praten,” steekt Sam meteen van wal. “Ik wil alleen maar mijn katten terug. En mijn huis!”
Ik weet even geen antwoord te geven.
Want inmiddels is het een feit dat Sam, vanwege de overlast die zijn katten omwonenden hebben gegeven, over een paar weken door zijn verhuurder uit zijn huis zal worden gezet. Omdat er nergens betaalbare woonruimte voor hem kan worden gevonden, zal hij dan toch echt dakloos worden.
“Het spijt me, Sam, dat ik uiteindelijk ook niets voor je heb kunnen betekenen,” is mijn eenvoudige antwoord.
“Jij kan er ook niks aan doen. Maar jij hebt tenminste nog geprobeerd om mij te helpen: geholpen met brieven schrijven, advocaat voor me geregeld, en ik heb nu eindelijk een toffe begeleider…”
“Ze zijn ‘s ochtends vroeg binnengevallen met zes gewapende agenten,” vertelt hij de verdere details. “Ik lag nog te slapen, ze hebben gewoon mijn deur geforceerd. Binnengevallen om mijn katten in beslag te nemen. Omdat er wéér klachten waren over stankoverlast.”
“Zes gewapende agenten? Vanwege wat overlast?! Ongelofelijk!” snuif ik verontwaardigd.
“Ja, dat. Ik ben heus geen crimineel of zo. Ik heb nog nooit iemand iets aangedaan!”
“Weet ik toch…”
“Nou ja, behalve dan mezelf. Maar ik had die dierenpolitie toch echt nog van tevoren gewaarschuwd,” verontschuldigt hij zichzelf. ”Als je mijn katten meeneemt, heb ik helemaal niets meer over om voor te leven.”
Met een trieste, lege blik staart hij voor zich uit.
“Sam…”
“Ja?”
“Ik heb wel iets voor je kunnen doen.”
“Wat bedoel je?”
Ik laat hem een foto op mijn telefoon zien.
“Wat doet Vriend 2 bij jou op de bank?” vraagt Sam zich stomverbaasd af.
Sam heeft iedere kat dezelfde vriendelijke naam gegeven, plus een nummer om ze uit elkaar te kunnen houden. Stomverbaasd staart hij naar zijn lievelingskat, die languit op mijn bank ligt te slapen.
“Hoe kan dat nou? Ze hebben toch al mijn katten in beslag genomen?”
“Jawel, maar blijkbaar zag Vriend 2 kans om naar buiten te vluchten.”
“Nadat de buren mij op de hoogte hadden gesteld van wat er allemaal met jou was gebeurd, zag ik hem ineens buiten lopen,” leg ik uit. “Dus toen heb ik hem eten gegeven en mijn kattenluik opengezet. Ik zal voorlopig wel voor ‘m zorgen.”
“Super!” glundert Sam. “Dat bedoel ik nou, jij houdt niet zo van praten, maar…”
“… ik denk aan hele andere dingen?” vul ik lachend aan.
Dan loopt de psychologe binnen om te melden dat het bezoekuur is afgelopen.
“Fijn, Sam,” merkt ze op, “ik zie dat je eindelijk weer een beetje kunt lachen.”
“Goed nieuws gehad,” verklaart hij stralend.
“Goed zo, zullen we er straks samen nog even over praten?” stelt ze hem voor.
“Lijkt me een goed plan,” grinnikt Sam, terwijl hij mij veelbetekenend aankijkt.
Ik stap op. Sam heeft belangrijkere dingen te doen dan met mij praten.

bron: pixabay.com 1998573





