Aangezien de realiteit van mijn leven ruimschoots voorloopt op mijn schrijfsels (mijn Click & Collect leven), heb ik mijn denkbeeldige pen – oftewel, mijn toetsenbord – kortstondig aan de wilgen kunnen hangen. De afgelopen zes weken stonden dan ook volledig in het teken van “back to the single life”.
Mijn breuk met Stef heeft een behoorlijke impact op mijn gemoed gehad. De korte, maar zeer intense en heftige “relatie” ging in recordtempo van nul naar honderd en weer even hard van honderd terug naar nul. Met recht een stormachtige romance. En meteen ook mijn kortste ooit. Ik moest daar even van bijkomen.
Ik was eerlijk gezegd niet eens teleurgesteld, want het lag volledig in de lijn der verwachtingen, maar toch. Waar ik me niet op had voorbereid, was de leegte die ontstond na zo’n explosieve en overweldigende connectie. Gelukkig vonden we dat beiden en waren we binnen een week weer on speaking terms, al zijn het geen dagelijkse urenlange gesprekken of ellenlange apps meer. Stef hekelt zijn trots en de angst om zich te binden. Ik ga al bij voorbaat elke mogelijke teleurstelling uit de weg, dus het wordt sowieso nooit meer wat.
Als ik aan het einde van een kort telefoongesprek – waarin Stef “de breuk” weer eens aanhaalt – fluister: “BFF voor life, musje,” klinkt Stef opeens weer heel opgewekt: ”Toch moet je ook niet vreemd opkijken als ik ooit ineens voor je op één knie ga…”
Ik schiet in de lach.
“Weet je wat?” reageer ik al even enthousiast. “We doen het net als in de film ‘my best friends wedding’. Als we beiden over vijf jaar nog single zijn, dan trouwen we verplicht met elkaar.”
Stef lacht hard om mijn voorstel: “Doe maar drie jaar. Of nee, één!”
“Nee vijf, musje, we moeten elkaar nog wel de kans gunnen iets beters te vinden in plaats van meneer “wat” en mevrouw “half wat” meteen in de echt te verbinden.”
“Ik ga toch niks beters vinden, lieverd,” lacht Stef, “ik spreek uit jarenlange ervaring.”
“Ik waarschijnlijk ook niet,” zeg ik, ”in mijn geval zijn ervaringen uit het verleden gegarandeerd een reflectie op de toekomst, maar toch.”
Terwijl ik mij niet meer op het datingvlak wilde begeven en ook geen zin meer had om onbekenden via allerlei vage Facebookgroepen op te snorren (vieze piemel trauma’s), weigerde ik te pruilen in mijn kinderloze weekenden. Daarnaast hebben de dames inmiddels ook een eigen leven. Ik heb mezelf over mijn schaamte heen getild, een groepsapp aangemaakt en een voorstel gedaan om naar een 80’s en 90’s feestje te gaan met een aantal (semi)vrijgezellen in mijn kennissenkring en de mededeling vooral ook zelf voor aanwas te zorgen. Zelf maar eens initiatief getoond door iets te organiseren en maar kijken wat het wordt. Tegen mijn verwachtingen in werd mijn appje aan de drie dames en twee heren zeer positief ontvangen en dus reed ik op vrijdagavond naar het betreffende danscafé zo’n dertig kilometer van mijn huis. Het werd een fantastische avond met wel zeventien man. Ondanks, of misschien juist dankzij, het gemêleerde gezelschap was het ontzettend gezellig. De muziek bracht ons naar de dansvloer en na deze verrassend leuke avond werden we meteen met z’n allen uitgenodigd op de zestigste verjaardag van Wendy (getrouwd met Hans en het enige stel) op zaterdagavond. Vanaf dat moment ondernemen we elk weekend wel iets, van een wandeling, tot een etentje, tot een barbecue.
Als we druk in gesprek zijn in de app over een potje midgetgolf met z’n allen, zie ik weer een appje van Stef voorbijkomen. Hij heeft het bericht ingesproken. Ik luister hoe zijn stem zacht en vriendelijk uitlegt dat hij mijn eenpersoons dekbed wel op wil sturen. Ik hoor echter in het bericht dat hij in de auto zit en ik besluit dan ook gewoon weer te bellen.
“Hey MUSJE,” klinkt zijn vrolijke stem. Ik antwoord quasi streng: “Zijn we nu zo diep gezonken dat we elkaar niet eens meer onder ogen durven komen om wat spullen terug te geven??”
Stef lacht met me mee. “Ja, ik weet het niet zo goed… Ik weet niet wat jij wilt,” antwoord hij ietwat onwennig. Ik reageer nonchalant, maar vriendelijk. “Ik kan jou prima onder ogen komen, Stef.”
Stef lacht hard. “Maar IK jou niet, vrees ik.” Hij vertelt dat hij vooral ’s morgens zijn emo-momenten heeft, zelfs met de nodige koffie op. En ’s avonds vooral, omdat ik die momenten totaal niet lijk te hebben. Ik heb die emo-momenten uiteraard ook best wel, maar ik vertik het om dat toe te geven. “Ik vermaak me prima, omdat ik er op uit trek,” zeg ik in plaats daarvan en raad hem aan hetzelfde te doen. “Ik ben niet zo sociaal als jij, lieverd,” klinkt het met lichte teleurstelling.
Ondanks ernstig tegenstribbelen zie ik in het weekend toch een foto voorbij komen op Facebook waarop Stef zich vermaakt met een groepje dames en heren, proostend in een feesttent. Ik vraag me af wie deze dames zijn en waar hij ze van kent. Jezus, wat slecht. Hou op, Eef, vertel ik mezelf. Ik ben echter niet de enige stalker, blijkt wel weer als Stef me een paar dagen later belt.
“Ik zag op Facebook dat jullie naar dat grote festival gaan,” zegt hij vrijwel meteen als ik de telefoon opneem. Ik bevestig dat we er ook meteen een weekend van gaan maken door te gaan kamperen op de naastgelegen camping.
“Gaan er ook mannen mee?” vraagt hij. “Want,” zo gaat hij verder, ”ik wil er ook naartoe. En als er toch mannen mee gaan, dan is het misschien niet vreemd als ik ook mee ga.”
“Leuk,” antwoord ik sarcastisch. “Jongens, dit is mijn ex, hij komt gezellig mee.”
Stef schiet in de lach en beaamt dat het misschien inderdaad toch niet zo’n goed idee is. “Moet ik al die vrijgezelle mannen van je af gaan slaan en zo,” grapt hij vrolijk verder. Ik antwoord met een glimlach dat ze echt niet allemaal vrijgezel zijn en dat er ook stellen meegaan. En ik verzeker hem van het feit dat het een gezellig uitje betreft en geen geplande orgie. Ik troost Stef met de gedachte dat het voor iedereen lastig is om vanuit ’t niets een vol sociaal leven op te bouwen en moedig hem aan vooral veel te blijven ondernemen.
Als ik op zaterdagavond met een deel van de groep uit eten ben, krijg ik een foto van Stef. “Partytime,” schrijft hij eronder. Ik stuur geen foto terug, maar zeg hem dat hij goed bezig is en wens hem ontzettend veel plezier. Mijn drang om te vragen met wie hij daar is, onderdruk ik. Ik heb het zelf ook reuzegezellig tussen Wendy en haar man, mijn oude bekende Loes, mede alleenstaande moeders Saskia en Linda, Ruben, Arnold en Marcel en ondertussen appt Niek mij in een privébericht, of hij van deze avond niet te veel mist, aangezien hij er helaas niet bij kan zijn.

bron: pixabay.com 6174460
Een uur later krijg ik weer een app van Stef. “Jij bent echt de beste ever.” Mijn inmiddels mega-melige ik (zonder drank) reageert meteen: “Hoezo… Heb je er nu eentje gevonden die niet zo goed kan pijpen??”
– Musje toch!
“Bedoelde je dat niet?”
– Nee! Jij bent gewoon über!
“Straks pas, als ik de meiden mag ophalen uit de discotheek. Jij dronken?”
– Foto met bierglas in de hand en een grote glimlach op zijn gezicht
“Dronken dus – smiley – Vermaak je!”
– “Ik kwam gisteren de foto tegen van ons eerste uitje.”
“Grappig, ik ook – smiley”
– Niet goed, lieverd en niet grappig
“Niet naar kijken dan, musjuhhhh”
– Nee en ook niet meer appen, anders word ik die zielige ex.
“De bedoeling is ook dat je je vermaakt met de mensen waar je nu mee op pad bent in plaats van mij te appen, Stef. Anders ben je die zielige einzelgänger die altijd op zijn telefoon zit.”
– “Ik ben hier met mijn zwager en een vriend. Je kent me toch…”
“Ook dan: have fun!”
Ik wacht zijn reactie niet af, maar ruim mijn telefoon weer op. Als ik na de ontzettend gezellige avond en mijn uber-taxi-taken weer lekker in mijn bed lig, app ik Stef of ook hij veilig thuis is gekomen. Gelukkig is dat het geval en ik typ hem dat ik hoop dat hij morgen geen kater heeft. Stef appt terug dat hij me helaas ook morgen zal missen, als hij weer nuchter is.
Dat blijkt in de ochtend als ik zijn volgende app lees. “Mis je nog steeds en ik ben hartstikke nuchter, mag ik je om een officiële date vragen?”
Ondanks zijn dromerige selfie waar ik meteen weer wegsmelt bij het zien van zijn helderblauwe ogen, wijs ik het officiële gedeelte keihard af, maar stel wel voor dat we volgende week zaterdag gaan lunchen. “Als BFF!” typ ik er nog snel bij achteraan. “En neem dat dekbed mee.”
De “uiteraard!” die ik met een knipoog terugkrijg, negeer ik vakkundig.






