Vrijdagavond is inmiddels vaste prik met Etienne. De danslessen zijn leuk en gezellig, en na afloop doen we samen altijd nog even een drankje aan de bar. Waar ik aan de telefoon nog wel redelijk in staat ben om overal langsheen te praten, is dat face to face een stuk lastiger. Etienne kijkt me aan, terwijl hij zijn drankje optilt ten teken te proosten.
“Op wederom een gezellig weekend,” zegt hij vol enthousiasme. “Zal ik je morgenavond ophalen? Dan kun jij ook een keer een drankje doen,” vraagt hij terloops, terwijl hij een slok neemt van zijn biertje.
“Ik drink nooit,” antwoord ik met een glimlach, “en daarbij ben ik al BOB. Ik heb Rafi beloofd dat ik hem ophaal. Ik kom langs zijn woonplaats.” Etienne is zichtbaar teleurgesteld, maar herstelt zich snel.
“Rafi vindt jou leuk,” zegt hij. “Iedereen vindt jou leuk, volgens mij.”
Ik glimlach. “Dat komt dan mooi uit, want ik vind ook iedereen erg leuk en aardig.” Ik houd me verder maar weer oppervlakkig. Toch voelt het niet fijn. Ik vind Etienne op een geheel andere manier leuk en aardig, maar durf er niet aan toe te geven. En dus laat ik ook dit moment varen. Etienne is te leuk. Hij is echt ontzettend knap, heeft een zeer goed onderhouden lijf en heeft dan ook geen enkel gebrek aan aandacht. Of het nu binnen onze vriendengroep is of daarbuiten, hij is razend populair. Hij praat gemakkelijk met Jan en alleman en daardoor neem ik zijn avances niet zo serieus.
Als ik de volgende avond met Rafi in de auto zit en het onderwerp relaties ter sprake komt, ben ik meteen duidelijk. Ik ben niet op zoek. Ik ben very happy single. We zijn met bijna de voltallige groep in de grote dancing. Het thema is speciaal afgestemd op onze leeftijdscategorie met de eighties hits die uit de boxen knallen. Na een paar weekenden van afwezigheid geniet ik met volle teugen en sta ik bijna de hele avond op de dansvloer met Wendy, Simone, Bregje en Saskia. De rest hangt her en der verspreid aan de bar.
Zo nu en dan kruist mijn blik die van Etienne en op die momenten glimlacht hij. Ik glimlach terug en zwaai de derde keer ook nog. Waarom doe ik dat dan? Dat moet er heel raar uitzien, bedenk ik me. Als de meesten aan het eind van de avond besluiten nog even het centrum in te gaan, kijk ik naar Rafi. Hij laat mij de keus, maar ik weet dat hij liever naar huis gaat. Ik ben moe en heb morgenvroeg afgesproken om te gaan wandelen met José en bij haar een kop thee te drinken, maar eigenlijk wil ik het liefste mee, omdat Etienne ook mee gaat.
Ik besluit toch maar te vertrekken. Als we elkaar allemaal tot ziens hebben gewenst, vervolg ik mijn weg naar de auto met Rafi. Als ik omkijk, zie ik dat Etienne hetzelfde doet. Weer zwaai ik. Hij zwaait terug. God, wat ben ik klunzig. Als ik later die nacht eindelijk lekker in mijn bed lig, zie ik een appje van Stef. Hij is weer terug in Nederland en vraagt of ik zin heb om te lunchen morgen. Hij mist zijn BFF, zegt hij. Ik antwoord dat ik al een afspraak heb staan met José en dat samen lunchen sowieso geen goed idee is.
Hij heeft nagedacht, zegt hij. Hij erkent de zaken niet goed te hebben aangepakt en mist me. “Ik mis jou ook, musje, maar terug naar meer dan vriendschap wil ik niet meer en ga ik niet meer doen,” antwoord ik eerlijk. Stef antwoordt op zijn Stefs: “oké musje, dan doen we dat wel na 16 juni 2028, als we getrouwd zijn”.
Ik stuur een lach-emoticon.
Verder heb ik geen appjes. Zelfs niet van Etienne.

Bron: pexels.com 8588946 (CC0)






