“Heb je zin om mee te gaan?” vraagt Etienne op zondagmorgen, nadat hij vertelt dat hij op het punt staat om naar de voetbal te gaan. De oudste twee hebben een wintervoetbaltoernooi. En ik heb hem zojuist vertelt dat mijn meiden deze dag beiden tot vijf uur moeten werken. Het lijkt me gezellig en het is redelijk weer, dus ik stap in mijn auto. Ik ben overigens allang blij dat ik hem weer zie. Ik ben nog lang niet zover dat ik hem in het leven met mij en mijn dochters wil invlechten, dus spreek ik voorlopig nog even liever af als ik alleen ben.
Als we op het voetbalterrein aankomen, is Damian al aan de tweede match begonnen. Hij zwaait even naar ons. Etienne wordt door iedere aanwezige vrolijk begroet en ik schud de nodige handen. Ik voel me hier prima op mijn gemak. Het is er erg gezellig en ook gaat de barbecue nog even aan, zodat we kunnen genieten van een verse burger. Als Mathis die middag aan de beurt is en Damian de vlag doorgeeft aan een medespeler uit zijn team, komt hij vrolijk op ons aflopen.
“Hé pa, we eten bij ons vanavond. Zullen we wat bestellen?” Etienne kijkt naar mij en vraagt of ik mee eet. Ik leg uit dat mijn meiden werken tot vijf uur en daarna ook gewoon thuis komen en wachten op een maaltijd, dus wijs ik het aanbod af.
“Oh, maar dat is al geregeld, hoor” antwoordt Damian. “Ik haal ze om half zes op. Ze eten ook mee. Sophie heeft zin in Sushi en Roos wil pizza. Wat willen jullie?”
Ik sta perplex en met mijn mond vol tanden. Dat Roos hiermee instemt, verbaast me niet zozeer, maar dat Sophie akkoord is gegaan, schetst mijn opperste verbazing. “Heb je Sophie zelf ook gesproken, of heb je dit alleen met Roos geregeld,” vraag ik dan ook een beetje sceptisch, maar met een brede glimlach.
Damian lacht. “Tuurlijk heb ik Sophie ook gesproken. Wij hebben alles al geregeld. Oh, en jullie gaan trouwen, dat hebben wij ook al gezamenlijk besloten,” schatert hij, terwijl hij weer wegloopt. “Heb ik eindelijk zusjes. En ook nog eens hele leuke, dus jullie hebben geen inbreng. Hoeft niet meteen vandaag, mag ook volgend jaar. Of het jaar daarna. Maar het gaat wel gebeuren.”
Etienne en ik schieten in de lach. “Tja,” antwoordt hij nonchalant, terwijl hij mijn hand, die hij stevige in de zijne houdt, optilt. Hij tikt op mijn ringvinger en knipoogt. “Binnen twee jaar moet wel lukken toch?”
Ik schiet in de lach en ga er verder niet op in. Ik denk aan Stef en hoe hij me hetzelfde beloofde. Wat was het ook alweer? 16 juni 2028. Ik glimlach. Volgens mij is dat een standaard uitspraak. Als ik al deze grapjes in mijn leven serieus had genomen, dan was ik Joan Collins en Elizabeth Taylor al voorbij, qua aantal huwelijken. Ik ben echter nooit getrouwd geweest. De gedachte alleen al maakte tot voor kort dat ik het gevoel had dat ik aangelijnd was. Toch sta ik er tegenwoordig anders in. Wie weet. Ooit.
Lang hoef ik er niet meer over na te denken. Ik voel dat Etienne zich van mij losmaakt. Hij moet fluiten. De scheidsrechter is door zijn enkel gegaan. Ik kijk vol trots naar de manier waarop hij dat doet. Krachtig en gedreven. Ik voel me even intens gelukkig. Dat maakt me helaas ook meteen weer kwetsbaar en onzeker, ook al heb ik geen enkele reden om te twijfelen. Niets wat erop duidt dat zijn intenties niet oprecht zijn. Toch kan ik bijna niet geloven dat dit echt is. Er moet iets zijn wat ik mis. Niemand is zo perfect.

bron: eigen foto (LB)






