Stel je voor: Lesotho, een onbetekenend koninkrijkje in het zuiden van Afrika met zo’n 2,3 miljoen inwoners, bekend om zijn adembenemende berglandschappen en… nu ook om een Amerikaanse importheffing van 50%. Ja, je leest het goed. Lesotho, een land met een bruto binnenlands product (BBP) van ongeveer $2 miljard, wordt nu geconfronteerd met een tarief dat zijn belangrijkste exportsector dreigt te verwoesten.
Hoe komt de Amerikaanse regering tot zo’n astronomisch tarief? Het geheime recept: neem het handelstekort van de VS met een land, deel dit door de waarde van de importen uit dat land, en halveer het resultaat. In het geval van Lesotho ziet die berekening er als volgt uit: ($237 miljoen export naar de VS -/- $2,8 miljoen import uit de VS) / $237 miljoen = ongeveer 99%. De helft daarvan, afgerond naar beneden, levert een ‘reciprocal’ tarief op van ca. 50%. Vijftig procent!!
De berekening is opgesteld door twee luie ‘economische adviseurs’ die geen zin hadden om voor elk land apart passende tarieven te berekenen. Gewoon een excel-spreadsheetje, paar getallen erin en hoppa, daar komen ze, de heffingspercentages die een narcistische president wel gelukkig zullen maken. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?
Deze methode negeert werkelijk volledig de economische realiteit van ontwikkelingslanden. Lesotho’s economie is sterk afhankelijk van de export van textiel en kleding naar de VS (voornamelijk kleding voor Levi’s en Walmart die daar geproduceerd wordt), goed voor meer dan 10% (!) van het BBP. Deze sector biedt werk aan tienduizenden mensen. Met de nieuwe tarieven dreigt deze industrie in te storten, wat desastreuze gevolgen heeft voor de werkgelegenheid en de economie van het land.
Of neem gewoon een paar onwillekeurige onbewoonde eilanden en nauwelijks bevolkte gebieden. Ja, je leest het goed. In een poging om de wereldhandel ‘eerlijk’ te maken, heeft de Amerikaanse regering onder leiding van president Trump importheffingen opgelegd aan locaties waar de enige inwoners zeevogels en pinguïns zijn. Bijvoorbeeld de Heard- en McDonaldeilanden, een afgelegen Australisch territorium in de sub-Antarctische Indische Oceaan. Deze vulkanische eilanden, onbewoond en voornamelijk het domein van pinguïns en zeehonden, zijn nu onderhevig aan een reciproke (wederkerige) importheffing van 10%. Het feit dat er geen handel plaatsvindt tussen deze eilanden en de VS is klaarblijkelijk irrelevant.
Het is ironisch dat de VS, ooit de grootste pleitbezorger van vrijhandel en ontwikkelingshulp (nou ja, vrijhandel als het goed uitkomt, protectionisme als het effe moet), nu een keihard en oerstom beleid voert dat de meest kwetsbare economieën treft. De African Growth and Opportunity Act (AGOA), bedoeld om Afrikaanse landen te helpen door middel van preferentiële toegang tot de Amerikaanse markt, lijkt met deze maatregelen effectief tenietgedaan.
En de logica achter dit beleid is op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. Zeg maar gerust: afwezig. Bizar. Het straffen van een land als Lesotho, waar meer dan de helft van de bevolking leeft van minder dan $3,65 per dag, omdat het niet genoeg Amerikaanse goederen importeert, is absurd. Alsof de inwoners van Lesotho massaal Tesla’s en iPhones zouden moeten aanschaffen om de handelsbalans recht te trekken?! Wie is er hier nu gestoord?
Dit beleid ondermijnt niet alleen de economieën van kwetsbare landen, maar ook de geloofwaardigheid van de VS op het wereldtoneel. Het lijkt erop dat de enige consistentie in dit beleid de volstrekte inconsistentie is. Of, zoals een cynicus zou zeggen: waarom zou je je druk maken over de gevolgen, als je maar kunt pronken met ‘trillions and trillions’ aan potentiële inkomsten? Misschien is het volgende doelwit van de Amerikaanse heffingen wel de maan. Immers, wie weet welke oneerlijke handelspraktijken die maanmonsters (die al die omkiepende lunar landers als Athena en Yaoki proberen in te zamelen) tegen de Amerikaanse economie vormen? De wereld vs. de VS, wie had dát ooit gedacht.

Bron: Recraft.AI







Trump doet me hoe-langer-hoe-meer denken aan mijn tweede klas van de lagere school (1952). We zaten in hetzelfde lokaal als de eerste klas waar kinderen kwamen die tot dan toe alleen buiten gespeeld hadden; een kleuterschool kenden we niet in ons dorp. In de eerste klas zat een jongen die erg zijn best deed en elke keer als hij een aantal krassen op het papier gezet hield hij het ook trots omhoog onder het slaken van de uitroep “Juffrouw, kies ies”. Trump doet exact hetzelfde als hij weer een decreet ondertekend heeft en dat trots aan zijn volgelingen toont. Het grote verschil is dat het jongetje 6 jaar was en DT het dertienvoudige ervan is en dat het zesjarige jongetje dat niet meer deed.
Het tweede waarom DT mij aan mijn lagereschooltijd doet denken is iemand waarvan wij Drenten zeiden dat hij, nadat het witte er was, het zwarte stopgaren uitgevonden had. In standaard-Nederlands betekent het hij niet hoog zou scoren bij een IQ-test. Opvallend detail; hij was in klas zes weliswaar zover dat hij probleemloos zijn naam kon schrijven, maar hij won op het schoolplein altijd met knikkeren en andere spelletjes, maar verhandelde zijn winst altijd onder zijn medeleerlingen. Op zijn vijftiende was hij dan ook een volleerd en redelijk succesvol veehandelaar. Zover ik weet heeft hij nooit politieke aspiraties gehad.
Wat ik me bij DT afvraag is of hij echt denkt dat door zijn wereldwijd opgelegde importheffingen de staatsschuld van de VS lager kan krijgen doordat de dollarkoers ook zal dalen en de Amerikaanse maakindustrie op een dusdanig peil kan krijgen dat de VS zelfvoorzienend kan zijn en dat allemaal in de 4 jaar die hij daarvoor heeft, al zal dat het leven niet goedkoper maken . Of is zijn plan om een dusdanig chaos te creëren dat hij zo zijn macht kan vergroten en straks toch op kan gaan voor een derde termijn, al is daarvoor wel een grondwetswijziging nodig.
Om al mijn gedachten over DT samen te vatten; hij is een gevaarlijke gek op een plaats waar hij nooit terecht had mogen komen.
Dankjewel weer voor je uitgebreide reactie, Willem! Leuk om te lezen.
Ik denk dat het dat laatste is: DT creëert chaos. ‘Management by Chaos’ heet dat in het vakjargon, alleen is het bij DT enkel paniekvoetbal en moet dit alles – denk ik – afleiden van de werkelijke problemen die hij heeft. Alles wat hij beloofd heeft in zijn campagne, is namelijk tot nu toe voor geen meter gelukt. Geen vrede in Oekraïne, geen lagere prijzen, geen lagere werkloosheid, geen betere economie, niks noppes nada. Integendeel. En wat nog erger is: volgens mij is DT gewoon ronduit dom. Zo dom dat hij werkelijk niets van macro-economie begrepen heeft. En zijn ‘adviseurs’ zo mogelijk nog minder. Dergelijk extreem protectionisme kán in een globale economie simpelweg niet werken. Maar zijn chaos heeft hij toch maar mooi. En dan kun je leuk dingen doen die je eigenlijk niet in het voetlicht wilt hebben. Projectjes 2025 en zo…
Kortom, ik ben het volledig met je samenvatting eens.
In de loop van mijn leven ben ik wat terughoudender geworden om iemand dom te noemen, maar ben onderhand die schroom voorbij bij DT. Hij gedraagt zich niet alleen dom, maar ook zonder enig mededogen naar zijn medemens.
Ik heb familie wonen in Ohio en die waren erg blij dat DT gekozen was en niet Harris, want Trump was gunstiger voor hun veebedrijf. Heb ze sinds december niet meer gesproken, maar zal, als de gelegenheid zich voordoet, toch eens een balletje opgooien of ze nog zo blij zijn met hem, nu hij, zonder aanzien des persoons en ongeacht of ze een verblijfsvergunning hebben, alle Mexicanen en andere Zuid-Amerikaanse gastarbeiders het land uitzet.
Dat DT een aantal meelopers om zich heen verzameld heeft toont voor mij aan dat hij geen groot leider is, al doet hij wel alsof. Een echte grote leider zal vooral van de kring direct om hem/haar heen, verwachten dat ze ook kritiek durven te geven. Je hebt bij DT al kunnen zien dat hij criticasters ontslaat, of anderszins uitschakelt.
Nee, ik ben bang dat we hem gewoon uit moeten zitten en hopen dat last krijgt van hetgeen waarvan hij Biden steeds beschuldigde; hij heeft nu ongeveer dezelfde leeftijd als Biden ook toen die aan zijn ambtstermijn begon.