
Bron: eigen foto (broer van) TCB
“Heb jij vroeger die film gezien?” informeert mijn broer door de telefoon. “Back to the future?΅
“Jazeker, best wel een leuke film, hoezo?”
“Dan herinner jij je vast nog wel die uitvindingen van de professor?”
“Ik herinner me de DeLorean tijdmachine: een omgebouwde auto waarmee je kon tijdreizen?”
“Kijk maar even in je WhatsApp,” bromt hij. “Ik heb je zojuist een foto gestuurd van de geweldige uitvinding die nu midden in mijn woonkamer staat.”
Ik kijk meteen. “Je hebt zelf een aanhangwagentje geknutseld?” concludeer ik na een korte maar nauwkeurige bestudering van een of andere rare, hoge en langwerpige kist op wielen, waaraan allerlei slangen zijn bevestigd. “Lijkt wel een doodskist op wielen, met beademingsapparatuur…”
“Nee, dit ingenieuze ding is dus een verrijdbare douche. Die heb ik zojuist van de woningbouw gekregen, omdat ze vanaf morgen mijn badkamer gaan renoveren.” Zijn stem klinkt nogal cynisch.
“En wat dacht je hiervan?” briest hij. Hij stuurt nog een foto, ditmaal van een chemisch toilet, eveneens in de huiskamer geplaatst.
“Gezellig! Lekker knus, hoor, ontlasten zo vlak voor de televisie!”
“Even serieus, zus,… Zie je mij al zitten? Gehurkt op dat ding, terwijl die werklui langs me heen in en uit lopen? Maar goed, ik heb die pot dus maar in de schuur gezet.”
“Mooi. Opgelost, toch?”
“Nou, nee. Ik moet nu heel nodig, maar ik ontdekte zojuist dat je minstens tien minuten moet wachten met poepen, omdat je eerst een of andere QR-code moet scannen.”
“Best wel lang,” lach ik, “zeker wanneer je bedenkt dat in Back to the future slechts enkele luttele minuten tijdsverschil al desastreuze gevolgen konden hebben.”
“Oh, wacht, die tien minuten zijn voorbij. Ik hang op en ga ‘m effe uitproberen…”

Bron: eigen foto (broer van) TCB
Vijf minuten later belt hij alweer terug.
“Overbelast!!! Is al kapot na één keer!” briest mijn broer door de telefoon.
“Hoe kan dat nou?”
“Te veel papier, zegt de app.”
“Aha.”
“Weet je wat dit betekent?”
“Dat je nu niet door kunt trekken?”
“Nee, veel erger. Het betekent,” legt mijn broer somber uit, “dat ik nu leef in een tijd waarin een app voor mij bepaalt hoeveel velletjes wc-papier ik mag gebruiken. En dat hiermee mijn allerlaatste recht op enige vorm van privacy ontnomen is door al die digitalisering. En dat is diep, diep triest…”
“Verwijder gewoon die app?”
“Nou, ik denk dat ik nu beter die hoop privacygevoelige informatie, die nog steeds in de plee ligt te meuren, zelf even moet verwijderen. Wat een stank! Oh, wacht eens… Je schijnt ‘m al na drie keer te moeten legen, lees ik nu pas.”
“Jee, da’s wel erg snel,” vind ik. “Maar waarin moet je hem dan leeggooien als je thuis geen behoorlijk functionerend toilet hebt?”
“Volgens de app moet je deze digitale pot legen in een emmer, die je ernaast moet zetten.”
“Maar dan kan je toch beter meteen op die emmer gaan zitten om je behoefte te doen?”
“Precies, jij snapt het! Back to the future, ik zei het al. En dan terug naar de 19e eeuw. Via de digitale snelweg beland je uiteindelijk gewoon weer in de beerput van het verleden.”
Ik ga voorlopig maar even niet bij mijn broer op bezoek.






