“Overprikkeld,” noemde de huisarts het. Welbekend onder de term ‘burn-out’. Een nieuwe trend waaraan ik weigerde mee te doen. Dat synoniem stond voor de zwakkere medemens. Mietjes. Zenuwpezen zonder ruggengraat. Losers. Helaas moesten zij ruimte maken op de burn-outbank. Zodat ook ik kon plaatsnemen. Daar zat ik dan. En nu?
What doesn’t kill you makes you stronger, dat was mijn lijfspreuk. Maar toen de knock-outs elkaar in moordend tempo opvolgden, bleef ik op een dag gewoon liggen. Deze rasoptimist belandde in een groot, zwart gat. Een afvoerput waar ik met hoge snelheid ingezogen werd. Alles was kut. Ongekend. Toch maar even langs de huisarts.
Het advies? Rust pakken en ontspanning zoeken. Zo min mogelijk ondernemen. Oei. Geen gemakkelijke opgave voor iemand die altijd ‘aan’ stond, om zo het maximale uit de dag te persen. Geef mij een week en ik ben weer op de been. Dacht ik. Maar dat liep anders. Mijn lichaam besloot dat het genoeg was. Ik startte met een ‘ontspannen’ strandwandeling. Dat werd al snel speedwalking, vanwege een hardnekkige blaasontsteking. Je weleens afgevraagd hoeveel strandtenten met toilet open zijn in de herfst?
Toen ik mijn blaas weer enigszins onder controle had, kreeg ik last van een gevoelig ooglid. Niets om je zorgen over te maken. Zou je denken. Binnen drie dagen zat mijn oog volledig dicht. Alsof ik een dikke poffer op mijn oog had gekregen. Ik smeekte de huisarts een paardenmiddel te verstrekken om deze verminking weg te toveren. Over enkele dagen stond een uitje met een vriendin in de Harbour Club op de agenda. Klokkenluiders van de Notre Dame niet welkom. Een sleepbeen had ik al, daar hoefde niet nog eens een lui oog bij.
Zijn vonnis? Uitzitten tot de ontsteking tot wasdom zou komen. Niet benieuwd naar wat dat inhield, droop ik af.
Tijd voor verlossing via tips uit grootmoeders tijd: hete kompressen, stomen boven (net niet) kokend water, oogmassages, inwrijven met babyshampoo. Zelfs het Turkse stoombad op de sportschool bezocht. Ik ging op de tast naar binnen (want stekeblind zonder lenzen) en was dankbaar dat dit niet resulteerde in een gênante #metoo-situatie. De beste tip? Kook een ei, klap dat op je oog en bijt even op je tanden. De grens tussen ‘goed warm houden’ en het oplopen van een brandwond is namelijk dun, maar dan heb je ook wat. Na twee weken kon ik mijn lenzen weer enigszins verdragen. Halleluja!
Mijn brein had last van brain fog. Dat bleek wel in week drie. Ik stond op, keek naar buiten en zag de zon. Een uitgelezen dag voor een boswandeling in de duinen! Helaas sloeg het weer plotsklaps om. Dan maar een kort rondje via het – voor mij welbekende – groene pad. Bij het eerste kruispunt ging het al mis. Links- of rechtsaf? Ik verdwaalde hopeloos. Tijd voor de eerste paniekaanval. Daar stond ik dan: in een donker bos, zonder bereik, op een uitgestorven zandpad. Ik overwoog languit op de grond te gaan liggen krijsen, in de hoop dat een aantrekkelijke boswachter mij zou komen ophalen. En wel nu meteen! In de verte kwam een stelletje aanlopen. Gered!
Wisten zij de weg naar het pannenkoekenhuis? Jazeker. Daar kwamen zij net vandaan. Het slechte nieuws? De kortste route bleek het pad waar ik net uitkwam, met de mededeling dat het nog een flink stuk lopen was. Dat kon niet waar zijn… Er zat niets anders op dan teruglopen. Goddank had ik eindelijk weer bereik.
Na een lange, barre voettocht zou ik er bijna zijn. Vreemd, ik had nog geen moment van herkenning gehad. Even later snapte ik waarom. Blijkbaar zat er aan de andere kant van de duinen óók een pannenkoekenhuis. Ik wist nu wel waar ik was en ook dat ik hier niet wilde zijn. Ik stond twintig minuten verderop geparkeerd, beredeneerd vanuit een rijdende auto. Met een totaal verwaaid kapsel, stinkend naar zweet en een krampbeen plofte ik even later neer op de achterbank van een Uber. Die man zal wel gedacht hebben dat ik niet helemaal wijs was. En hij had nog gelijk ook.
Een burn-out betekent niet dat je ‘even’ uit het lood geslagen bent, maar voelt vooral aan als een ware survivaltocht. Alledaagse handelingen worden ineens een gigantische uitdaging. En hoewel ik geen vuur heb hoeven maken, geen ree heb moeten kelen of onder de sterrenhemel heb moeten overnachten, voel ik mij een Robinson Crusoe. I survived! En laat het duidelijk wezen voor iedereen met een vooroordeel over burn-outs. Karma slaat namelijk hard en genadeloos toe. Kijk maar naar mij.

Bron: AI (creatie van S.L.)






