“En? Heb je de uitslag van je hartonderzoek al gekregen?” informeer ik belangstellend bij de man, die mijn eigen hart al eerder had weten te breken.
“Fijn dat je even belt. Ja, ze hebben een echo gemaakt. En geen hart gevonden.”
“Ach, wat flauw… Maar alles was dus goed?”
“Ja, alles was goed.”
“Gelukkig.”
“En voor de rest?”
“Stil hier.”
“Hier ook.”
Er valt een diepe stilte, die we allebei halstarrig weigeren te benoemen als eenzaamheid.
“Je zou op oudejaarsavond naar mij toe kunnen komen?” nodig ik hem uit. “Dan maken we er samen een gezellige avond van?”
“Nee, sorry…”
Ik slik mijn teleurstelling weg.
“Geen hart kunnen vinden…” herhaal ik zachtjes.
Voor het eerst vier ik oudejaarsavond alleen. Zelfs om twaalf uur, wanneer het geknal van het vuurwerk losbarst, blijft mijn mobiel pijnlijk zwijgen. Er belt helemaal niemand.
Om 2.00 uur word ik toch nog onverwachts opgeschrikt door het geluid van mijn telefoon. Het blijkt mijn inmiddels licht dementerende vader te zijn, van wie ik al sinds jaren nauwelijks meer iets heb vernomen.
“Oh, sorry… Verkeerde nummer gedraaid,” spreekt hij eerlijk zijn vergissing uit, “maar nu ik je toch aan de lijn heb… voor jou natuurlijk ook een gelukkig nieuwjaar! Hoe is het trouwens met je?”
“Goed, pa. Lekker rustig hier.”
Weer omzeil ik handig het woord ‘eenzaamheid’.
Als vanouds informeert hij belangstellend of mijn auto nog rijdt en hoe het met mijn gezondheid is gesteld. Precies in die volgorde; daar heeft hij zich altijd trouw aan weten vast te houden.
“Ja, mijn auto rijdt nog steeds. Inmiddels alweer 340.000 op de teller….”
“En je gezondheid?”
“Ja, ook prima. Mijn hart is gelukkig nog steeds heel groot,” wijd ik uit. “Warm en kloppend. Maakt regelmatig sprongetjes. En daardoor heel gemakkelijk te vinden. Zelfs zonder echo.”
“Alleen?” informeert hij nog even kort voordat hij op wil hangen. “Geen man?”
“Nee pa, geen man. Ik ben alleen.”
“Alleen? Op oudejaarsavond?” klinkt het ineens bezorgd. “Zoek een goede man,” geeft hij me als wijze raad mee.
“Wat is dan precies een goede man, pa?”
“Da’s een man, die bier drinkt,” is zijn eenvoudige antwoord.
“Ik lust helemaal geen bier, pa. Was je dat soms vergeten?” help ik hem herinneren.
“Geeft niks. Je hoeft niet alles te delen,” antwoordt hij fluks. “Maar oudejaarsavond wél,” voegt hij eraan toe. “Bovendien, bier moet je leren drinken…”
Ineens hangt hij op en ik staar naar mijn glas, halfvol gevuld met goedkope, lauwe champagne.
In een opwelling gooi ik de inhoud weg en vul het glas opnieuw met bier uit een blikje, dat al jarenlang achterin een keukenkastje is weggemoffeld.
Voorzichtig neem ik een slokje. Het smaakt een beetje bitter. Moedig breng ik met het ver over de datum geraakte bier een toast uit op het nieuwe jaar. En op mezelf.
“Op mijn gezondheid!” roep ik. “En op mijn auto!”
Maar dan wel in die volgorde.

bron: Creatie van ChatGPT (AI in opdracht)





