Dat mannen rond hun vijftigste in een midlifecrisis belanden, is algemeen bekend. Het ouwe lijk wordt ingeruild voor een strak, groen blaadje. De cabrio maakt plaats voor een Harley en de kale plek op het achterhoofd wordt met synthetische draad weer perfect tot een weelderige haardos ingestikt. Maar dat ook vrouwen in zo’n crisis kunnen belanden, ondervind ik momenteel aan den lijve.
Hippe trends gingen aan mijn deur voorbij. Daar was ik veel te nuchter voor. Althans, dat dacht ik. Maar sinds ik vorig jaar ongewild meedeed aan de ‘burn-outtrend’, lijkt het wel alsof de rem eraf is. Ik kan het keihard gaan ontkennen, maar ik zit in een ware crisis. En heel eerlijk? Ik geniet er met volle teugen van!
2025 was het jaar van afscheid nemen: een dierbare overleed na een pittig jaar waarin ik continu met mijn oor op mijn telefoon sliep, mijn ‘forever lover’ liet me vallen als een baksteen, mijn puberdochter besloot bij haar vader te gaan wonen, de vakantie met een jarenlange vriendin eindigde in een ‘einde vriendschap’ en de druk op het werk werd flink opgevoerd. Er was geen houden meer aan; ik raakte burned out. Opgebrand. Uitgeblust. Ik heb dagenlang mijn oogballen eruit gejankt. Ik kwam tot het inzicht dat ik mezelf te veel had verloren in anderen. Dat het hoog tijd was dat ik mezelf weer terugvond en mijn dromen, dan maar alleen, waarmaakte.
Tijdens een vriendinnen-date kwamen onze jaardoelen ter tafel. Breed lachend om elkaars Chinese horoscoop (ik ben het Vuurpaard!) zouden we elkaar rond dezelfde tijd volgend jaar bevragen wat er van de dromen terecht is gekomen. Hier kwam de midlifecrisis op pijnlijke wijze naar boven. Ik wilde mijn motorrijbewijs gaan halen en verkennen of er een vrouwelijke Cesar Zuiderwijk in mij zou kunnen schuilen door drumles te nemen. En als ik dan toch al bezig was, leren salsadansen met mijn nieuwe vriend. Die ik overigens ook nog tegen moest komen. Wilde plannen dus, maar had ik niet gewoon een grote mond?
Geen tijd te verliezen, dacht ik, toen 2026 aanbrak. Ik bestelde de motortheorieboeken en als stok achter de deur plande ik drie weken later mijn examen. Dat leren bleek zo gemakkelijk niet. Speelde Alzheimer mij nu al parten? Uren aan proefexamens later was het zover: op naar het CBR. Niet geheel overtuigd van mijn eigen kunnen, zag ik 20 minuten later dat ik geslaagd was. Ongeremd boekte ik een motorproefles voor later die week en reed door naar een motorzaak. Want deze motorchick-in-spé wilde wel een beetje hip voor de dag komen.
Heftig gedesillusioneerd stapte ik twee uur later, met een uitgeholde portemonnee, de auto in met een lomp, zwart motorjack, een soort van gepantserde legging, foeilelijke motorlaarzen en een paar handschoenen. Dat kwam enkel doordat al het andere niet paste, niet in mijn (voet)maat verkrijgbaar was of ondraaglijk zwaar, waardoor ik mijn been niet meer over het motorzadel heen geworpen kreeg. Zelfs niet met een aanloopje. Het enige lichtpuntje was mijn helm met paarse strepen erop.
Daar was mijn eerste proefles en het opstappen en wegrijden zonder dat iemand kan ingrijpen, vind ik tot op de dag van vandaag wel een dingetje. Niet gehinderd door mijn onervarenheid ging de proefles best lekker. Dat kon ik niet zeggen van de ondraaglijk lange, vier uur durende lesblokken die daarop volgden, voornamelijk om de bijzondere verrichtingen in te trainen. Daarbij leerde ik meteen dat het venijn in de meest simpele verrichting zat. Vanuit stilstand uit een parkeervak wegrijden met een bochtje. De motor sloeg af en vervolgens om. Daar lag ik, spartelend onder een driehonderd kilo wegende motor. Wat een blamage! Gelukkig doe je deze handeling enkel maar alle keren dat je je motor start…
Toen het CBR besloot mij te laten slagen voor de bijzondere verrichtingen, kwamen we toe aan het echte werk. Ik mocht losgelaten worden op de openbare weg. Of dat nu verstandig was… Ik raakte mijn rijinstructeur al in het eerste uur kwijt. Dat had ik wél door, maar hij in eerste instantie niet. Wel lastig als je gebruikmaakt van een one-way oortje waarbij je alleen de instructeur hoort en niet terug kunt praten. Op een gegeven moment hoorde ik: “Joyce, als je weet waar je bent, rij dan maar rustig terug naar de rijschool…” En ook hier weer een bijzondere verrichting om langzaam met een korte bocht over een oprit het terrein op te rijden. Voilà, daar lag ik weer, spartelend, maar nu op de openbare weg voor de rijschool.
De instructeur heb ik volgens mij bijna overspannen gekregen. Hij kwam duidelijk meer gestrest van de motor dan toen hij erop stapte voordat we begonnen met lessen. Op mijn vraag ‘wat mogelijk nog beter kon?’ verhief hij enigszins zijn stem en begon bijna te schuimbekken. “Nog beter?! Zullen we eerst beginnen met de dingen die je echt nóóit meer moet doen?”
Ik heb weliswaar nog een paar lessen te gaan, maar ik ben zo dicht bij mijn doel dat niets of niemand mij van het behalen van mijn motorrijbewijs af kan houden. Fuck die midlifecrisis, deze powervrouw gaat gewoon haar motorrijbewijs halen!

Bron: ChatGPT (AI), creatie van LC






