
bron: Creatie van ChatGPT (AI in opdracht)
“Toch best wel bijzonder, vind je niet? Ondanks dat we elkaar maar zo zelden zien, worden we, zodra we samen zijn, meteen weer als magneten naar elkaar toegetrokken.”
Het is een zonnige dag. We zitten op een muurtje. Mijn benen bungelen over de rand. Ik draai mijn hoofd iets om en bekijk de man met wie ik nog nooit ruzie of een woordenwisseling heb gehad. Hij is charismatisch en ik kan uren met hem praten zonder ook maar een moment verveeld te raken. Toch hebben we nooit dat ene woord kunnen vinden, dat onze bijzondere vriendschap omschrijft.
“Misschien is dat meteen het antwoord op je vraag,” lacht hij. “Juist omdát we elkaar maar heel weinig zien, zijn we als magneten en trekken we elkaar aan.”
“Toch wel jammer,” zeg ik spijtig. “Dat we elkaar maar zo bar weinig zien, bedoel ik.”
“Weet ik, lieffie. Maar dat gaat niet anders. Daar hebben we het al zo vaak over gehad.”
Ik zwijg. Juist omdat we het er inderdaad al zo vaak over hebben gehad; we hebben duidelijk iets, maar wat precies…
“Maar goed,” klinkt zijn warme stem, “dat neemt niet weg dat ik heel blij ben dat we vandaag weer even samen zijn.”
“Ik ook,” besluit ik innig tevreden.
Ik schuif iets dichterbij, trek zijn armen om me heen en zoen hem.
Een dag later ben ik bij mijn altijd zo verstandige zus.
“Geloof me,” zegt ze, “het zou voor jou beter zijn om eens een tijdje afstand te nemen van deze man… Je weet toch dat jullie nooit samen een stabiele relatie zullen hebben?”
“Kan ik niet,” piep ik. “Dan mis ik ‘m meteen.”
“Wel eens geprobeerd? Misschien valt dat best wel mee.”
“Tja, jij hebt makkelijk praten!”
Op 18-jarige leeftijd besloot mijn zus te gaan samenwonen met haar vriend, inmiddels haar huidige echtgenoot.
“Wat is toch jullie formule voor zo’n goed en langdurig huwelijk?” informeerde ik destijds.
“We lijken best veel op elkaar en denken bijna overal hetzelfde over,” was haar eenvoudige antwoord. “Daarom kunnen we het nog steeds prima met elkaar vinden.”
Dat was toen. Nu graaf ik even diep in mijn geheugen, maar ik kan me niet herinneren dat ik hen de laatste jaren nog ergens samen heb gezien. Ze gaan ieder vooral heel erg hun eigen gang, vermoed ik zo. En misschien is dat ook wel enigszins verklaarbaar, als je bedenkt dat een magnetisch veld steeds zwakker kan worden, wanneer je twee gelijke polen met de kracht van een stevig huwelijk tegen elkaar aan houdt.
“Misschien zou je jezelf kunnen trainen om een beetje los van hem te komen?” stelt mijn zus voor.
“Ja, hóé dan?”
“Je zou kunnen beginnen met gewoon wat standaardzinnetjes uit je hoofd te leren om hem zo af en toe af te poeieren?”
“Zoals?” vraag ik nieuwsgierig.
“Iets als: ‘Ik waardeer dat je aan me denkt, maar ik heb die dag al wat anders.’ Of: ‘Ik heb mijn therapeut beloofd dat ik geen nieuwe projecten meer aanneem, maar balans ga zoeken in mijn leven.’”
“Ik weet het niet,” twijfel ik nog steeds.
“Waarom niet? Wat weerhoudt je? Deze man zal jou nooit volstrekt gelukkig kunnen maken…”
“Nou kijk,” probeer ik uit te leggen, “bij veel stellen die al jarenlang samenwonen, is de oprechte interesse in elkaar vaak wel verdwenen en is het vuur inmiddels ook flink gedoofd.”
Mijn zus kijkt snel de andere kant op.
“En daar hebben wij dus totáál geen last van,” voeg ik er meteen aan toe. “Integendeel, zelfs. Bijzondere gesprekken, oprechte belangstelling voor elkaar, romantiek, zwoele avonden, goede seks,” som ik op. “Allesbehalve saai, maar juist super spannend, omdat we niet weten wanneer we elkaar weer zullen zien. Of nog sterker, óf we elkaar überhaupt ooit nog zullen zien… Maar ik denk niet dat jij zoiets begrijpt? Jij staat er toch heel anders in dan ik.”
“Snap heus wel wat je bedoelt, hoor,” klinkt het ietwat snibbig. “Maar zoiets klinkt ook gewoon jaloersmakend romantisch,” verzucht zuslief.
“Zo’n minnaar, die jou fantastisch vindt, die geduldig naar je luistert en je ook nog eens hartstochtelijk bemint… Welke vrouw zou daar nou niet gevoelig voor zijn?” Verlangend staart ze in de verte.
“Nou, ík in ieder geval wel, da’s duidelijk. Maar goed, heb je nog een paar van die afpoeierzinnetjes die ik volgens jou dan zou kunnen of zelfs moeten gebruiken om maar eens een beetje afstand te nemen?”
“Oh, jawel! Neem deze maar: ‘Ik heb nu gewoon even geen tijd. Maar ik kan je wél iemand anders aanbevelen!’” Haar ogen glinsteren ineens.
Ik grinnik. Blijkbaar schieten magneten met gelijke polen toch ook wel eens de verkeerde kant op. In ieder geval hard genoeg om opgevangen te willen worden in de armen van een charismatische man.






