“Nee toch?” klinkt een hoge, ijle meisjesstem.
Een jongeman en een jongedame, ik schat ze beiden een jaar of 17, zitten tegenover elkaar op de picknickbank in de verlaten speeltuin die zich naast mijn achtertuin bevindt. De speeltuin wordt de laatste tijd eigenlijk alleen nog maar door jongeren als hangplek gebruikt.
Voor zover ik hun gesprek vanuit mijn achtertuin kan volgen, roddelen ze over klasgenoten.
“Zei hij dat echt?”
“Jazeker,” bevestigt hij stellig, alsof hij daarmee zijn prille mannelijkheid extra probeert te benadrukken. Ontspannen leunt hij achterover.
“Neeeee?!” roept ze nog een keer.
Het is een mooie meid, zie ik in één oogopslag als ik een blik over mijn tuinhek werp. Haar lange zwarte haar glinstert in de zon. Haar grote bruine ogen en de zwarte ballerina’s aan haar voeten glimmen.
“Neeeee toch, dat meen je niet?”
Het valt me op dat iedere ‘neeeee’ eigenlijk klinkt als een langgerekte vraag, een uitnodiging om vooral hun gesprek op gang te houden.
Gretig gaat de jongeman op haar verkapte uitnodiging in, terwijl hij gepaste afstand probeert te houden. Want het is me wel duidelijk dat ze (nog) geen stelletje vormen.
Het meisje hangt aan zijn lippen en buigt zich steeds iets meer naar voren. Een poging tot een kus… zou hij dat durven? Ik zie hem worstelen. Ongetwijfeld is hij ervan op de hoogte dat door veranderende sociale normen en een scherpere bewustwording van elkaars grenzen, traditionele toenaderingspogingen niet meer als vanzelfsprekend zijn. Misschien heeft hij zelfs op internet opgezocht hoe je met een vrouw moet communiceren? Daar stond vast iets als: ‘Mannen communiceren vaak direct en doelgericht, terwijl vrouwen emoties en verbinding via taal verkennen.’
Moedig houdt hij hun gesprek gaande.
“Neeeee,” schudt ze alweer lachend haar hoofd..
Stiekem kijkt hij naar haar verleidelijke mond, waarvan de hoeken licht opkrullen tot een gulle lach, iedere keer wanneer ze ‘nee’ kirt.
Na een tijdje raakt de jongeman licht geïrriteerd. Hij is de enige die hun gesprek op gang probeert te houden. Zijn gesprekspartner blijkt weinig communicatief te zijn. Ze giebelt onophoudelijk en meer dan een ‘nee’ komt er eigenlijk niet uit haar mond.
“Kom, laten we maar gaan,” stelt hij uiteindelijk voor. Hij staat op.
“Neeeee,” klinkt het teleurgesteld.
Een paar dagen later zie ik hem met een ander meisje aan dezelfde picknicktafel zitten. Dat hij zich deze keer minder zelfverzekerd voelt, valt meteen op. Een sportieve blondine, gekleed in een vale spijkerbroek en een lichtblauw T-shirt, zit schuin tegenover hem, maar toont weinig interesse in zijn gezelschap. Regelmatig laat ze haar blik afdwalen. Toch doet hij een poging om op z’n minst een fatsoenlijk gesprek op te bouwen.
Tevergeefs.
Inmiddels heeft ze haar mobiel gepakt, waarmee ze zich kostelijk vermaakt. Al na een paar minuten verkeert ze in een andere wereld en lijkt ze zich nog nauwelijks bewust van zijn aanwezigheid te zijn.
“Ja
, ja, ja,” laat ze tussendoor van zich horen, maar hij beseft dat ze nauwelijks luistert en dit alleen maar zegt om de lange, pijnlijke stiltes te vullen. Hij zucht en staart moedeloos voor zich uit.
Het is niet eenvoudig is om vrouwen te lezen. Soms is het zelfs knap ingewikkeld. Vooral wanneer ‘nee’ een aanmoediging en ‘ja’ een stopwoord kan zijn.

bron: Creatie van ChatGPT (AI in opdracht)






