
Bron: AI (creatie LC)
Als er iets in mijn allergiezone zit, zijn het prutsers, zeker wanneer ze een specialistisch beroep hebben waar je als klant nauwelijks omheen kunt. Soms krijg je daarbij het gevoel dat je wordt afgeraffeld en dat je vooral moet accepteren wat je krijgt. Dan rest de vraag: slik je dat en blijf je klant, of lever je je plek in de wachtrij in en zoek je iemand anders?
Een mooie dag in mei. Ik zit met mijn rijbewijs in handen. Daarop pronkt sinds kort het symbool dat ik ook een motor mag besturen. Ik ben zo trots als een pauw. En hoewel de insteek was dat ik wilde kunnen motorrijden, kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Die motor moet er komen. De prijzen van de erkende dealers voor een tweedehands motor liegen er niet om, dat wordt vertrouwen op de mooie blauwe ogen van een particuliere verkoper. Snel vul ik het belangrijkste criterium in. ‘Kleur = paars’. Al snel kom ik op een prachtexemplaar uit. Het oude beestje ziet er picobello uit op de foto en is reeds dertien jaar in het bezit van deze particulier. Hij schrijft dat hij met pijn in ‘t hart de motor verkoopt. Dat moet wel een goed onderhouden, geliefde motor zijn, denk ik naïef.
Die zaterdag maak ik een proefrit. De motor is veel te groot en te zwaar en ik kan niet met mijn benen bij de grond. Om de hoek vraag ik mijn broer om de motor het dorp uit te rijden omdat ik elk moment om kan vallen. Bij het eerstvolgende straatje moet hij mij ook nog eens helpen om de motor te draaien. Ik voel me best wel een stumperd, maar man-man-man, wat is dit genieten! Terug van de proefrit besluit ik er nog een weekje over na te denken, maar in mijn hoofd is de motor al van mij. Helemaal nadat de verkoper voorstelt om de motorvering nog wat aan te passen, zodat ik wél met mijn voeten op de grond kom. Veiligheid staat voorop en aangezien de motor al lang niet is onderhouden, besluit ik direct na de aankoop een grote onderhoudsbeurt in te plannen. Door drukte kan dit pas drie weken na de aankoop plaatsvinden, maar na een eerste testrit geeft de garage aan dat ze geen problemen verwachten.
Dat waren drie mooie weken…
Dit alles was namelijk het begin van een reeks ellende sinds de onderhoudsbeurt. Bij afgifte knipperde eerst alleen het ABS-lampje rood, maar nu brandde ook TCS parmantig mee. ‘Ja, dat zat er dik in. Als ABS het niet doet, valt TCS vaak ook uit. Ze zijn met elkaar verbonden. Jammer, niets aan te doen’, was het antwoord.
Ook voelde ik ieder stukje kauwgom op de weg. Alsof ik met een platte band tegen een stoeprand reed. Toch maar even teruggegaan naar de garage.
“Ja, de vorige eigenaar heeft de originele veringen vervangen, waardoor de fabrieksrichtlijnen niet meer kloppen. Gek, want we hebben er allemaal op gereden,” aldus het verwende zoontje van de eigenaar.
Vervolgens deed mijn koplamp het niet meer.
“Puur toeval, kortsluiting en een kapotte zekering. Gaan we fiksen,” werd me enigszins verbolgen medegedeeld.
Daarna moest ik aan de hand van de rijwind gokken hoe hard ik reed, omdat mijn snelheidsmeter het niet meer deed.
“Wet van Murphy, een kabelbreuk zit in een klein hoekje mevrouw.”
En alsof het nog niet genoeg was, stond ik op een warme zomeravond in Zandvoort ineens met een motor waar totaal geen leven meer in zat. Het strand was ineens een werkwoordsvorm: stranden. Sinds dat moment ben ik ongewenst lid van de ANWB. En gelukkig maar, want toen ik dacht alles gehad te hebben…
…reed ik als kers op de taart ineens op een warmloper. ‘Motor season is over!’ schoot het door mijn hoofd. Tegen de tijd dat ik opmerkte dat de thermometer diep in het rood stond, reed ik geen motor meer maar een soort rijdende rookmachine. Heftig geschrokken belde ik maar weer de ANWB. Dat VIP-lidmaatschap bleek een schot in de roos. En jawel, mijn (steeds minder) geliefde motor moest worden afgesleept naar… de garage.
“Wij bellen jou wel als we ernaar gekeken hebben,” was de korte terugkoppeling van een garagist die mij eigenlijk niet meer als klant wilde. Vruchteloos checkte ik dag in dag uit mijn gemiste oproepen, maar geen belletje. De eerder geplande behendigheidstraining op eigen motor werd dan ook een middag op een huurmotor. ‘Omgaan met teleurstellingen’ was waarschijnlijk een betere cursus voor me geweest.
Zo onderhand spuug ik op de term ‘hyperpersonalisatie’. Persoonlijk contact tussen klant en bedrijf zou zo belangrijk zijn. Nou, niet dus. Er wordt totaal geen connectie meer gemaakt, de gunfactor is weg en bedrijven zien je liever gaan dan komen. Vaak is het eerste warme welkom de zin: “Maar dit gaat je wel geld kosten.” Ja dat begrijp ik, maar ga je er ook service en kwaliteit tegenover zetten? Zo niet, maak het dan nog maar wat duurder, want mijn verwachtingen zijn navenant. Je hoeft me geen vriendendienst te bewijzen, maar íéts meer empathie zou fijn zijn.
Een paar (gratis!) uitsmijters die het heel goed zouden doen voor organisaties als deze garage: “We gaan ons best voor je doen, maar ik denk niet dat we het gaan redden.” Of plan over drie weken in ieder geval een afspraak in en zeg er meteen bij: “Het is helaas enorm druk, maar zodra ik een gaatje heb zal ik eerder naar je motor gaan kijken.” Zo kweek je sympathie en dan kan ik mijn reputatie als stalker weer wat afbouwen, net als mijn irritatielevels.
Natuurlijk ben ik zelf ook af en toe een prutser. Ik lees namelijk geen handleidingen die uit meer dan twee pagina’s bestaan. Zo ook geen motorhandleiding van 300+ pagina’s. Toen ik de tweede keer op hoge poten bij de garage kwam omdat mijn motorverlichting het wéér niet deed, bleek mijn motor, net als alle motoren, daadwerkelijk uitgerust te zijn met een aan/uit-knop voor de verlichting. Maar ik ben dan ook wel weer zo fair dat ik dat gewoon durf te bekennen en mij niet verschuil achter allerlei smoesjes. ChatGPT zei namelijk dat de lampen automatisch aan moesten gaan en ChatGPT heeft altijd gelijk…






