‘Weet je wat me soms dwarszit? Dat ik het niet eerder begreep. Wat er in jouw hoofd gebeurde. Drie jaar geleden betrapte ik mezelf erop dat ik soms dacht: de man in de stoel klinkt zoals jij klinkt, loopt zoals jij loopt, praat zoals jij praat… maar hij is jij niet.’
Over Stilte en Stemmen
‘Ik zal jullie, hoe oud ik ook word, gewoon nooit meer spreken…’ ‘We spreken elkaar nu toch ook?’ zei de man. ‘Ja,’ zei de vrouw. ‘Maar het is anders en misschien komt er een dag dat…’ Ze maakte haar zin niet af. ‘Hé,’ zei de man. ‘Ga je weer alvast een voorschot nemen op de toekomst? Zinloos. Dat zie je dan wel weer.’
Veertien dagen en meer
‘Gefeliciteerd, jongen,’ fluisterde ze. Ze wist dat het niet kon, maar toch voelde ze een kneepje dat echt leek en haar ogen brandden opeens. ‘Er is veel meer dat blijft dan je denkt…’
Over overhemden en gisteren
Achteraf begreep ze waarom de man altijd dicht bij huis wilde blijven. Het was zijn manier geweest om overzicht te houden, om het bekende niet los te laten. Zonder dat ze het doorhad, was de man al verder van haar afgeraakt dan ze besefte.
Dat was genoeg
‘Fijne feestdagen iedereen,’ murmelde ze. ‘En een goed 2026. Voor wie dit leest. Voor wie doorgaat. Voor wie verder moet met iets wat er niet meer is, maar toch blijft.’ ‘Ook namens mij,’ zei de man.
Dat denk je maar
‘Straks laat ik je achter in 2025,’ zei de vrouw. ‘Ik ga voor het eerst in meer dan 25 jaar zonder jou een nieuw jaar in.’ Ze nam een slok van haar latte en keek naar het strand. ‘Dat denk je maar,’ zei de man.
De scheve boom
‘Hier gaat de tijd niet snel, niet langzaam. Ik ga niet uitleggen hoe dat zit – op een dag kom je er vanzelf achter. Waar het op neerkomt, is dat de mens van het begrip tijd iets veel te groots heeft gemaakt. Dat had nooit moeten gebeuren.’ Hij keek even. ‘Ik zie trouwens dat de kerstboom toch weer scheef staat.’
Mensen vergeten te léven!
“Pas als je hier bent, zie je in hoe vaak mensen vergeten te léven. Te zíj́n. De meesten strompelen apathisch door hun dagen, de zinloosheid van hun bestaan negerend. Eigenlijk raar dat je eerst dood moet zijn om in te zien hoe je zou moeten leven.”
De andere kant van leven
‘Het gaat allemaal al veel te snel. Wat mij betreft blijven we nog een poos bij de dagen. Die jaren komen vanzelf wel.’ ‘Ja,’ knikte de man zacht. ‘Die komen inderdaad vanzelf.’ En ze wist dat hij dacht aan zijn eigen leven. Hoe het was voorbijgegaan. Sneller dan gedacht.
Al honderd dagen
‘Zolang er mensen zijn die samen blij zijn, is de wereld niet leeg,’ zei de man, die haar blik had gevolgd, en de vrouw zei: ‘Klopt, maar soms lijkt ze te groot en dan heb ik het gevoel dat ik verdwaal in mijn eigen stappen.’
Ik blijf luisteren
‘Jij bent er niet meer en toch voel ik me niet… ellendig. Is dat erg?’ ‘Natuurlijk is dat niet erg,’ zei de man. ‘Dat is precies wat ik bedoelde toen ik tegen je zei: ga leven.’
De Overbodigheid
“Op de kade bij Het Brouwdok overviel haar die grijze namiddag in september opeens het gevoel van totale overbodigheid. […] En in die stilte op de kade van Het Brouwdok werd ze niets.”
Tot morgen
Die avond stond ze in de slaapkamer. Het was dezelfde kamer waarin de man was heengegaan, ze sliep in hetzelfde bed waar hij zijn laatste adem had uitgeblazen.
De Melkwegdans
Het strand onder haar werd kleiner en kleiner, de mensen werden stipjes, het geluid van beneden ebde weg tot een vaag gemurmel en ineens hing ze boven de wolken, boven de hele wereld, ze zag een bordje: Melkweg
Nog heel veel dagen
Ze wist dat het goed zou komen – met de was, met de autobanden, met haar leven. Dat ze zou dansen als het zo uitkwam, dat ze zou huilen wanneer het nodig was, en dat ze vooruit zou gaan, met zijn stem in haar hoofd en hart.


Wij zijn continu op zoek naar vers bloed! Wij zoeken vrouwelijke schrijffanatici die graag op een groter platform willen schrijven en publiceren.











