Toen ik nog een klein wasbeertje was, was ik dol op kerstmis. Mijn moeder had een goede smaak en versierde het huis altijd erg mooi, dat had al iets magisch. We aten lekker, zonder het achterlijk decadent te maken, en we hadden wat eigen tradities. Een hele bepalende was, denk ik, het bezoek van de pater. Mijn vader was dan jarig en een van de voorwaarden waarop mijn vader en moeder mochten trouwen, was dat mijn moeder katholiek zou worden. Daartoe nam ze les bij voornoemde pater.
Hoewel hervormd gedoopt, kon je haar niet echt godsdienstig noemen en het katholiek worden is uiteindelijk mislukt, omdat ze zich niet kon verenigen met het idee dat niet iedereen onbevlekt kon ontvangen en dus via de gewone weg kinderen moest krijgen, terwijl alleen de maagd Maria daar wél de mogelijkheid voor gekregen had.
Dit theologisch meningsverschil weerhield de pater er niet van, zichzelf ieder jaar uit te nodigen, omdat het zo zielig was voor mijn vader, dat er anders niemand op zijn verjaardag zou komen. Kerst vier je tenslotte thuis, zeker toen. Met deze christelijke smoes in de hand kwam hij ieder jaar het kerstdiner bepalen (verpesten wil ik nog net niet zeggen).
Eén specifiek jaar staat me nog heel goed bij. Wij hadden al wat patergrappen gemaakt en mijn zus, die een vijf jaar jonger wijsneusje was, begon te begrijpen waar dat over ging. Het was dus tijd voor wat instructies. De pater was namelijk slechthorend en had geen idee van zijn eigen waardeloze tafelmanieren, met name zijn gesmak. In de woorden van mijn moeder: “Denk erom dat je je commentaar voor je houdt!”
Dat ging eigenlijk best goed. We hadden elkaar al eens een blik toegeworpen tijdens het eten en een beetje gegrinnikt, toen mijn zus zich niet meer kon bedwingen en luidkeels tegen mijn moeder fluisterde: “Mam, wat smakt ie toch…” De, gelukkig dove, pater had het niet meegekregen en waarom wij bijna stikten van het lachen ook niet. Ach ja, uit de mond van kinderen…
Toen ik ouder werd, werd het allemaal minder belangrijk, maar mijn moeder bleef, in de vorm van wat lekkere hapjes en mooie versiering, de boel toch nog wat intact houden en dat heb ik altijd gewaardeerd (dan zat je niet helemaal zonder). Mijn ouders gingen scheiden en kerst werd opgesplitst in mijn moeders gezellige overdag en de verjaardag van pap, de partypooper. Hij had veel fantastische kwaliteiten, maar een gezellig feestje geven kon hij niet. Ook dat werd een traditie, die ik jarenlang zuchtend uitgezeten heb.
Vorig jaar zou hij tachtig zijn geworden. Dat zou een party worden die hij pas echt kon poopen, maar daar is het niet van gekomen. De vijftiende blies hij, totaal onverwacht, zijn laatste adem uit. Ik zat vol eigen sores en mijn hoofd stond niet echt naar kerst, dus dat glipte er min of meer tussendoor. Er kwam nog meer sores en toen was het alweer de vijfentwintigste.
En dat is nu ook alweer een paar dagen geleden; al bijna oudjaar. We hebben oubollig gegourmet, niemand maakte ruzie, de banden zijn wat aangehaald. Er is gebleken dat we het zelf ook wel kunnen, toch voelt het een beetje armoedig, met iedereen die er niet meer is. Ik voel me hoopvol en hopeloos tegelijk, een merkwaardig fenomeen. Misschien volgend jaar maar met vakantie of gewoon weer gourmetten, als ik het haal.

bron: Creatie van ChatGPT (AI in opdracht)






