Mijn ex hield niet van verandering. Wat hem betreft, bleef alles altijd precies hetzelfde.
“Je bent perfect, dus je hoeft echt niets aan jezelf te veranderen,” fluisterde hij regelmatig in mijn oor.
Hij kocht zijn ouderlijk huis, dat nog ouderwets en degelijk was gestoffeerd en ingericht met gammele, gedateerde erfstukken uit een ver verleden. Jarenlang reed hij in dezelfde auto, die hij het liefst voor de deur geparkeerd liet staan, zodat de kilometerteller niet zou kunnen verspringen.
Zelfs mijn moeder kende hij al geruime tijd, voordat ik hem thuis als mijn nieuwe partner aan haar voorstelde. Gedurende zijn studententijd was zij zijn hospita geweest, waardoor mijn gastvrije familie hem vanzelfsprekend als een van hen beschouwde. Het was alsof hij er nooit was weggegaan. Alleen voor een verandering in de vorm van een salarisverhoging wilde hij nog wel eens met zijn hand over het hart strijken: “Nou, vooruit dan maar. Als het dan toch echt moet…”
De wisselende jaargetijden konden hem gestolen worden. Hij hield alleen van de zomer, waardoor het hele jaar de thermostaat van de centrale verwarming op dat jaargetijde stond afgesteld. Na een paar maanden met hem in zijn kille huis te hebben samengewoond, tussen onverwoestbare meubels, die al vele generaties waren meegezeuld omdat er nooit afstand van kon worden genomen, probeerde ik voorzichtig mijn eigen sfeer in zijn woning aan te brengen.
Op een dag verschoof ik een kamerplant op de vensterbank. Deze rebellerende daad maakte hem echter zo overstuur, dat ik besloot de plant maar weer zo snel mogelijk weer terug te schuiven. Misschien was het toch maar beter om me voorlopig eerst maar eens met de tuin bezig te houden. Enthousiast stortte ik me op de woekerende groen voor het huis. Maar nadat ik alle vaste planten van al het omringende onkruid had bevrijd, staarde hij vol ontzetting naar het eindresultaat.
“Wat heb je nou gedaan?”
“Al het onkruid eruit getrokken en in de groencontainer gegooid,” vatte ik de zware klus met lichte trots samen.
“Mooi geworden, vind je niet?” Verwachtingsvol keek ik hem aan.
“Nee, vind ik niet. Bijna alle planten zijn verdwenen?!” Lichte paniek klonk in zijn stem.
“Het was maar onkruid,” benadrukte ik nog maar eens. “Heb je ook maar enig idee, hoe lang ik hiermee bezig ben geweest?” reageerde ik nu wat geïrriteerder. Beledigd liep ik naar binnen. Door het raam zag ik dat hij, na een lichte aarzeling, de inhoud van de groene container weer leegkieperde. Met zijn voeten verspreidde hij het inmiddels verlepte onkruid tussen de resterende vaste planten, waarna hij weer opgelucht adem kon halen.
Een paar maanden later liet hij de gehele voortuin bestraten.
“Fijn, toch? Dat we voortaan van al dat vervelende onkruid af zijn?” prees hij het troosteloze, grijze stoeptegels aan.
Spijtig keek ik door het raam naar onze voortuin, waar voortaan de seizoenswisseling onzichtbaar zou blijven.
Ik begon onze begroeide voortuin steeds vaker te missen. De jonge appelbomen die mij ‘s ochtends even goedemorgen wuifden. De blauwe regen die een soms troosteloze grijze dag toch nog hemelsblauw wist te kleuren. De herfstasters die zich eensgezind in de borders hadden gebundeld.
Maar ook zonder aankondiging van een nieuw seizoen vergleed de tijd. Er veranderde eigenlijk niet zoveel. De dagen leken steeds meer op elkaar, waardoor we zowel in het heden, verleden als in de toekomst leefden.
Langzamerhand kwam ik tot de conclusie, dat zijn angst voor verandering misschien wel groter bleek te zijn dan de onvoorwaardelijke liefde, die hij mij ooit had beloofd.
Op een willekeurige herfstdag besloot ik hem voorgoed te verlaten. Tijdens mijn vertrek nam ik zeer weinig spullen mee, om het interieur vooral niet te veel te veranderen. Ook de eerder verschoven en teruggeschoven kamerplant liet ik op de vensterbank staan. Op dezelfde plek, waar hij al jarenlang stond. Te bang dat hij de verandering die de afwezigheid van die ene kamerplant teweeg bracht, nooit meer te boven zou kunnen komen.

bron: eigen foto (LB)







Mooi